Nederlandse woordenlijst

Woordenschat voor de supermarkt

De alledaagse Nederlandse woorden voor boodschappen, eten en de kassa — praktische woordenschat om in de supermarkt te winkelen.

148 woorden
supermarkt
Een grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden verkocht.
winkel
Een gebouw of ruimte waar goederen worden verkocht aan klanten.
winkelcentrum
Een groot gebouw of gebied waar veel verschillende winkels en restaurants bij elkaar zijn gevestigd.
apotheek
Een winkel waar medicijnen en gezondheidsproducten worden verkocht en klaargemaakt.
bakker
Een winkel of bedrijf waar men brood en banket kan kopen.
slager
Iemand die voor zijn beroep vlees snijdt, bereidt en verkoopt in een winkel.
winkelier
Een detailhandelaar die een winkel houdt of heeft
verkoper
Iemand die goederen of diensten verkoopt.
klant
Iemand die een product koopt of een dienst afneemt van een leverancier.
openingstijden
De uren of perioden waarin een winkel, bedrijf of openbare instelling geopend is voor het publiek.
wachtrij
een rij mensen of zaken die op hun beurt wachten
klacht
een formele uiting van ontevredenheid over een product, dienst of behandeling
boodschappen
De dagelijkse inkopen die men doet voor het huishouden, zoals eten en drinken.
winkelwagen
een wagentje dat in winkels wordt gebruikt om tijdens het winkelen producten in te verzamelen
mand
Een bak of korf, meestal gemaakt van vlechtwerk zoals riet of kunststof, gebruikt om voorwerpen in te vervoeren of te bewaren.
kassa
Een plaats in een winkel waar men zijn aankopen betaalt
bon
Een stukje papier dat je krijgt na betaling als bewijs van aankoop.
kassabon
Een papieren bewijs van betaling dat men ontvangt bij een aankoop in een winkel.
tas
Een voorwerp van flexibel materiaal, zoals leer, stof of plastic, dat gebruikt wordt om spullen in mee te nemen.
artikel
Een voorwerp dat te koop wordt aangeboden in een winkel.
prijs
Het bedrag dat men moet betalen voor een goed of een dienst
aanbieding
Een product dat tijdelijk voor een lagere prijs wordt verkocht.
kortingskaart
Een kaart die de houder het recht geeft op een prijsverlaging bij de aankoop van goederen of diensten.
btw
Afkorting voor 'belasting over de toegevoegde waarde'; een belasting die wordt geheven op de verkoop van producten en diensten.
statiegeld
Een klein bedrag dat je extra betaalt voor de verpakking van een product en dat je terugkrijgt als je de verpakking weer inlevert.
pinnen
Betalen met een bankpas via een elektronisch betaalsysteem.
contant
In de vorm van munten en bankbiljetten.
afrekenen
Betalen voor goederen of diensten, bijvoorbeeld in een winkel of restaurant.
uitgeven
Geld betalen voor goederen of diensten.
scannen
Met een elektronisch apparaat (zoals een scanner) een digitale afbeelding of gegevens maken van een document of barcode.
inpakken
Spullen in een tas, koffer of doos doen om ze mee te nemen of te bewaren
uitpakken
Iets uit een verpakking, doos of koffer halen.
levensmiddel
Producten die bedoeld zijn voor menselijke consumptie, zoals eten en drinken, om in het levensonderhoud te voorzien.
melk
Witte, voedzame vloeistof die door vrouwelijke zoogdieren wordt geproduceerd als voeding voor hun jongen, vaak van koeien voor menselijke consumptie
brood
Een voedingsmiddel gemaakt van gebakken deeg, meestal bestaande uit meel, water en gist.
boter
Een smeerbaar vetproduct gemaakt van gekarnde en geknede room van melk.
ei
dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal
yoghurt
Een lichtzuur en enigszins dikvloeibaar zuivelproduct, gemaakt door het toevoegen van melkzuurbacteriën aan gewone melk.
kaas
Voedingsproduct gemaakt van gestremde melk
vlees
Spierweefsel van dieren dat gegeten wordt als voedsel.
kip
het vlees van een kip dat als voedsel wordt gegeten
gehakt
Fijn gemalen vlees, vaak van rund of varken, gebruikt in diverse gerechten.
worst
Een toegebonden stuk darm of vlies dat gevuld is met vleeswaar.
vis
Het vlees van een vis, bereid of gegeten als voedsel.
groente
Eetbare planten of delen daarvan die door mensen als voedsel worden gegeten.
aardappel
De eetbare knol van de aardappelplant, die wereldwijd als belangrijk voedingsmiddel wordt gebruikt.
ui
Een eetbaar bolgewas met een sterke geur en smaak, dat uit verschillende lagen bestaat en veel in de keuken wordt gebruikt.
tomaat
een eetbare rode vrucht die meestal als groente wordt gegeten
sla
Een plant met groene bladeren die vaak rauw gegeten wordt.
komkommer
Een langwerpige, groene vrucht met sappig vruchtvlees die meestal rauw als groente in salades wordt gegeten.
wortel
Een oranje, langwerpige en eetbare groente die onder de grond groeit.
bloemkool
Een koolsoort met vlezige, bleekgele of witte bloemstengels die als groente gegeten wordt.
spinazie
Een snelgroeiende, eenjarige bladgroente (Spinacia oleracea) die veel gegeten wordt.
witlof
Een witte bladgroente met een bittere smaak die in het donker wordt geteeld.
andijvie
Een eetbare bladgroente met een licht bittere smaak, nauw verwant aan witlof
spruit
Een kleine, groene, bolvormige koolsoort die als groente wordt gegeten
paprika
De vrucht van de plant Capsicum annuum, veelal gegeten als groente in diverse kleuren zoals rood, geel en groen.
peper
Een vrucht met een hete smaak, vaak rood of groen, die als groente of specerij wordt gebruikt.
broccoli
De nog gesloten bloemknoppen van de broccoliplant die als groente worden gegeten.
fruit
Verzamelnaam voor eetbare vruchten, meestal zoet van smaak.
banaan
Een langwerpige, kromme, gele vrucht met zacht, zoet vruchtvlees.
appel
Een ronde, eetbare vrucht met een rode, groene of gele schil en wit vruchtvlees (Malus domestica).
sinaasappel
een ronde, oranje vrucht met een dikke schil en sappig vruchtvlees
peer
Een eetbare vrucht met een kenmerkende vorm die van boven smal is en van onderen breed.
druif
De kleine, ronde of ovale vrucht van een wijnstok die vaak in trossen groeit en gegeten wordt of gebruikt wordt om wijn te maken.
kiwi
Een harige, bruine vrucht met groen of geel vruchtvlees en kleine zwarte pitjes.
citroen
Een gele, zure vrucht met een dikke schil, die groeit aan een citroenboom.
aardbei
De eetbare, rode en zoete schijnvrucht van de aardbeienplant.
ananas
De grote, kegelvormige en tropische vrucht van de ananasplant, met zoetgeurend geel vruchtvlees.
sap
Vloeistof die uit vruchten of groenten wordt geperst en vaak als drank wordt gebruikt
koffie
Een warme, donkere drank gemaakt van heet water en gemalen koffiebonen.
thee
Een warme drank bereid met heet water en de bladeren van de theeplant.
bier
Een alcoholische drank die wordt gebrouwen uit water, gefermenteerde mout, hop en gist.
wijn
Een alcoholische drank die wordt gemaakt door het gisten van druivensap.
frisdrank
Een verfrissende drank zonder alcohol, vaak met koolzuur.
alcohol
Alcoholhoudende drank, zoals bier, wijn of sterke drank.
chips
Dunne aardappelschijfjes, gebakken in vet of olie, die als hartige snack worden gegeten.
koekje
Een klein, plat en zoet gebakje dat vaak als tussendoortje of bij de koffie wordt gegeten.
snoep
Een lekkernij die grotendeels uit suiker bestaat.
erwtensoep
Een dikke, groene soep gemaakt van gedroogde spliterwten, vaak geserveerd met rookworst.
toiletpapier
zacht papier op een rol dat wordt gebruikt voor persoonlijke hygiëne na het gebruik van het toilet
wc-papier
Zacht papier op een rol dat gebruikt wordt op het toilet om zich te reinigen na de stoelgang of het plassen.
shampoo
Een vloeibaar product dat speciaal bedoeld is om het haar te wassen en te verzorgen.
waspoeder
Wasmiddel in de vorm van poeder voor het wassen van kleding en ander textiel.
afwasmiddel
Een vloeibaar schoonmaakmiddel dat speciaal bedoeld is voor het handmatig afwassen van servies en bestek.
tandpasta
Een pasta of poetsmiddel dat wordt gebruikt om de tanden te reinigen en te verzorgen.
zeep
Substantie met een desinfecterende of reinigende werking, gebruikt als schoonmaakmiddel of voor de persoonlijke hygiëne.
vers
Niet geconserveerd, ingeblikt of diepgevroren; in natuurlijke toestand.
diepvries
geconserveerd door middel van bevriezing bij een zeer lage temperatuur
biologisch
Geproduceerd op een natuurlijke manier, zonder gebruik van kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen.
huismerk
een merk van producten dat in opdracht van een winkelier of supermarkt wordt geproduceerd onder een eigen naam
houdbaarheidsdatum
de uiterste datum waarop een levensmiddel veilig kan worden geconsumeerd of hoe lang het kan worden bewaard
duur
Met een hoge prijs; waarvoor veel geld betaald moet worden.
goedkoop
Te verkrijgen voor een lage prijs; niet duur.
gezond
Bevorderlijk voor de gezondheid; goed voor het lichaam.
ongezond
Schadelijk voor de gezondheid; niet goed voor het lichaam of de geest.
olie
Een vette vloeistof die niet met water mengt, vaak gebruikt om in te bakken, als brandstof of als smeermiddel.
azijn
Een zure vloeistof die wordt gebruikt om voedsel op smaak te brengen of te conserveren.
pakje
Verkleinwoord van pak: een kleine verpakking, doosje of bundel met inhoud.
blik
een metalen verpakking voor voedsel of drank
pot
Een cilindervormig voorwerp van glas, aardewerk of metaal dat meestal dient om iets in te bewaren.
tube
Een kokervormige verpakking van metaal of plastic waaruit men een halfvloeibare stof kan knijpen.
kilo
Eenheid van gewicht of massa, gelijk aan duizend gram; verkorting van kilogram.
gram
Een eenheid van massa die gelijk is aan één duizendste van een kilogram.
wegen
Het gewicht of de massa van iets of iemand bepalen, meestal met een weegschaal.
rood
De kleur hebbend van bloed, vuur of aardbeien.
groen
Met de kleur van gras en bladeren in de lente; gelegen tussen geel en blauw in het spectrum.
wit
De kleur hebbend van sneeuw of melk; de lichtste kleur van het spectrum.
zwart
Met de donkerste kleur, zoals roet of steenkool; zonder lichtweerkaatsing
oranje
Met de kleur van een sinaasappel, gelegen in het spectrum tussen rood en geel.
geel
Met de kleur van een citroen, een eierdooier of de zon.
blauw
Met de kleur van een onbewolkte lucht; een van de primaire kleuren.
grijs
met een kleur tussen zwart en wit in
bruin
Met de kleur van aarde, koffie of chocolade.
paars
Met een kleur die een mengsel is van rood en blauw, zoals die van viooltjes of lavendel.
krom
niet recht, maar met een bocht of hoek
recht
Zonder bochten of krommingen; in een lineaire lijn.
rond
Met de vorm van een cirkel, bol of cilinder.
vierkant
Met de vorm van een vierkant; met vier gelijke zijden en rechte hoeken.
drank
Een vloeistof die bedoeld is om te drinken.
cola
Een bruine, koolzuurhoudende frisdrank die oorspronkelijk uit kolanoten werd vervaardigd.
boterham
Een afgesneden plak van een brood.
hagelslag
Een soort broodbeleg bestaande uit kleine korrels van chocolade of gekleurde suiker.
patat
Gefrituurde aardappelstaafjes, vooral in Noord-Nederland zo genoemd.
rijst
Een graangewas dat als belangrijk voedingsmiddel wordt gegeten, of de korrels van deze plant.
chocolade
Een lekkernij gemaakt van cacao, suiker en cacaoboter
suiker
Een zoete, kristalvormige stof die wordt gebruikt om voedsel en dranken zoeter te maken, meestal gewonnen uit suikerbieten of suikerriet
soep
Vloeibaar gerecht dat bereid wordt door ingrediënten zoals groenten en vlees in water of bouillon te koken.
spaghetti
Italiaanse pasta in de vorm van lange, dunne, ronde slierten.
pizza
Een gerecht van Italiaanse oorsprong, bestaande uit een ronde bodem van deeg die wordt belegd met ingrediënten zoals tomatensaus, kaas, vlees of groenten en in de oven wordt gebakken.
ijs
Een bevroren lekkernij, meestal op basis van zuivel en suiker.
taart
Een meestal rond, zoet gebak dat vaak bij feestelijke gelegenheden wordt gegeten, gemaakt van deeg en belegd of gevuld met bijvoorbeeld slagroom, fruit of crème.
vegetariër
Iemand die geen vlees of vis eet.
eten
voedsel via de mond tot zich nemen en doorslikken
drinken
Een vloeistof via de mond innemen en doorslikken.
lusten
Lekker vinden (van eten of drinken) of trek hebben in iets.
proeven
De smaak van eten of drinken testen door er een klein beetje van te nemen.
mager
met weinig lichaamsvet, vaak op een manier die ongezond of tenger oogt
vet
bedekt met of bevattend veel olie of vet
flauw
Zonder veel smaak, meestal door een gebrek aan zout of kruiden.
bitter
Met een scherpe, niet zoete smaak die men vaak achter in de mond proeft; één van de vijf basissmaken.
zout
Met de smaak van zout of zout bevattend.
zuur
Met een smaak zoals die van citroen, azijn of onrijp fruit.
zoet
met een smaak zoals die van suiker; een van de vijf basissmaken
lekker
met een aangename smaak
heerlijk
Erg smakelijk; met een heel goede smaak.
vies
Met een onaangename smaak of geur; niet lekker.
vegetarisch
Zonder vlees of vis, of geschikt voor mensen die geen dieren eten.
Hoe het werkt

Leer deze lijst in 4 stappen met OpenWords

Elk woord uit deze lijst —en het volledige woordenboek— is ingebouwd in de app.

Download de app

Installeer OpenWords op iOS of Android, zonder account.

Open deze lijst

Vind de lijst in de app of zoek direct naar de specifieke woorden die je nodig hebt.

Voeg woorden toe

Sla de woorden die je wilt leren met één tik op in je persoonlijke lijst.

Oefen met slimme flashcards

Herhaal woorden op verschillende manieren via een spaced repetition-schema.

Volledig gratis · Geen account nodig · Werkt offline