Nederlandse woordenlijst
Woordenschat voor de huisarts
De Nederlandse woorden voor de huisartsenpraktijk, klachten en de apotheek — hoe je omschrijft hoe je je voelt en het advies begrijpt.
80 woorden
huisarts
Een arts die de eerste medische zorg verleent aan patiënten in de buurt en doorverwijst naar specialisten indien nodig.
specialist
Een arts die gespecialiseerd is in een bepaald deel van de geneeskunde.
apotheek
Een winkel waar medicijnen en gezondheidsproducten worden verkocht en klaargemaakt.
ziekenhuis
Instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken.
ggz
Geestelijke gezondheidszorg; de sector die professionele hulp biedt aan mensen met psychische problemen.
psycholoog
Een hulpverlener die mensen professioneel helpt en behandelt bij psychische problemen.
wachtkamer
Een ruimte of vertrek dat speciaal is ingericht voor mensen die ergens op moeten wachten, bijvoorbeeld bij een arts of op een station.
zorgverzekering
een verzekering die de medische kosten en zorgkosten van een persoon dekt
pijn
Een onaangenaam lichamelijk gevoel veroorzaakt door ziekte of verwonding.
koorts
Een abnormale verhoging van de lichaamstemperatuur, meestal veroorzaakt door een ziekte.
moe
behoefte hebben aan rust of slaap na inspanning
duizelig
een gevoel waarbij alles lijkt rond te draaien en het evenwicht verstoord is
misselijk
Het gevoel hebben dat je moet overgeven.
hoofdpijn
Pijn in het hoofd.
buikpijn
Pijn in de buik of maagstreek
rugpijn
pijn in de rug
jeuk
Een kriebelend gevoel op de huid dat de neiging geeft om te krabben.
uitslag
zichtbare vlekken of bultjes op de huid als gevolg van een allergie of ziekte
zwelling
Een plaatselijke verdikking op of in het lichaam, vaak veroorzaakt door een ontsteking, vochtophoping of letsel.
bloed
Rode vloeistof die door de aderen van mensen en dieren stroomt en zuurstof vervoert
hoesten
Lucht met kracht en geluid uit de longen stoten, vaak als reflex op irritatie in de keel of door ziekte.
niezen
plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
verkouden
last hebbend van een virusinfectie aan de luchtwegen, zoals een loopneus of hoesten
griep
Een besmettelijke virusziekte die gepaard gaat met koorts en spierpijn.
allergie
Een overgevoelige reactie van het immuunsysteem op bepaalde stoffen van buitenaf.
diabetes
Een stofwisselingsziekte waarbij het lichaam de bloedsuikerspiegel niet goed kan regelen, meestal door een tekort aan insuline of verminderde gevoeligheid hiervoor.
astma
Een ziekte die door vernauwing van de luchtwegen benauwdheid en hoestbuien veroorzaakt.
depressie
Een toestand van langdurige en ziekelijke neerslachtigheid waarbij men het plezier in het leven verliest.
infectie
Een toestand waarbij ziekteverwekkers zoals bacteriën of virussen het lichaam binnendringen en een ontsteking veroorzaken.
wond
een beschadiging van het levende weefsel van een lichaam
onderzoek
Het iets bekijken en waarnemen met als doel iets beter te begrijpen.
bloeddruk
De druk die het bloed uitoefent op de wanden van de bloedvaten.
meten
De afmeting, grootte, hoeveelheid of waarde van iets bepalen, vaak met behulp van een instrument.
prikken
Een injectie geven of bloed afnemen met een naald.
röntgen
De afdeling in een ziekenhuis of de plaats waar röntgenfoto's worden gemaakt.
echo
Een medisch onderzoek waarbij met geluidsgolven een beeld van de binnenkant van het lichaam wordt gemaakt; kort voor echografie.
doorverwijzen
iemand (meestal een patiënt) naar een specialist of een andere instantie sturen voor verdere hulp
recept
Een officieel briefje van een arts waarmee je medicijnen bij de apotheek kunt krijgen.
medicijn
Een middel of stof die wordt gebruikt om ziektes te genezen, pijn te verlichten of aandoeningen te voorkomen.
tablet
Een vaste, gedoseerde hoeveelheid medicijn in de vorm van een pil.
zalf
Een smeerbare substantie die op de huid wordt aangebracht voor medische of verzorgende doeleinden.
dosering
De afgemeten hoeveelheid van een geneesmiddel of stof die per keer of per tijdseenheid moet worden ingenomen of toegediend.
gezondheid
De toestand van lichamelijk en geestelijk welzijn; de mate waarin iemand vrij is van ziekte.
drogist
Een winkelier die verzorgingsproducten, schoonmaakartikelen en geneesmiddelen zonder recept verkoopt.
pil
Een medicijn in de vorm van een klein bolletje of schijfje dat je met water moet doorslikken.
anticonceptie
technieken voor het voorkomen van zwangerschap na geslachtsgemeenschap
kanker
Een ernstige ziekte waarbij lichaamscellen zich ongecontroleerd delen en gezonde weefsels aantasten
patiënt
Iemand die medische hulp of verzorging ontvangt van een arts of in een ziekenhuis.
zorg
De handeling van het helpen of verplegen van iemand of iets dat hulp nodig heeft.
ziekte
Een lichamelijk of geestelijk gezondheidsprobleem.
verzekering
Een overeenkomst waarbij men tegen betaling van een premie recht heeft op vergoeding van schade of verlies.
spreekuur
De vastgestelde tijd waarin een deskundige, zoals een arts of advocaat, beschikbaar is om mensen te spreken.
controle
Het nakijken of inspecteren van iets om te zien of het in orde is en aan de regels voldoet.
operatie
Een medische ingreep waarbij een chirurg het lichaam opent om een aandoening te verhelpen.
ambulance
Een voertuig dat speciaal is uitgerust om zieken en gewonden naar een ziekenhuis te vervoeren.
hulp
de handeling van het ondersteunen of bijstaan van iemand in een moeilijke situatie
ehbo
Afkorting van eerste hulp bij ongelukken; de noodzakelijke eerste zorg die direct aan een slachtoffer wordt verleend in afwachting van professionele medische hulp.
afdeling
Een specifiek onderdeel van een bedrijf, organisatie of instelling dat verantwoordelijk is voor een bepaalde taak of functie.
behandeling
Een medische ingreep, verzorging of therapie die bedoeld is om een ziekte te genezen of klachten te verminderen.
verpleegkundige
Iemand die voor zijn beroep zieken en gewonden verzorgt.
zieke
Iemand die aan een ziekte lijdt.
ouderdom
De laatste levensfase van een mens of dier, gekenmerkt door het oud zijn.
bril
Een optisch instrument dat voor de ogen wordt gedragen om het gezichtsvermogen te corrigeren of de ogen te beschermen.
gehoorapparaat
Een klein elektronisch toestel dat door slechthorenden in of achter het oor wordt gedragen om geluiden te versterken.
gehandicapte
Iemand met een beperking van lichamelijke, verstandelijke, psychische of sociale aard.
verzorgen
erop toezien dat een persoon of een dier het nodige verkrijgt
verplegen
het medisch of fysiek verzorgen van een zieke of gewonde persoon
innemen
Medicijnen of voedsel inslikken of tot zich nemen
behandelen
Op een bepaalde manier met een persoon of dier omgaan.
bewegen
Van plaats of houding veranderen; niet stilstaan.
ontspannen
Tot rust komen en lichamelijke of geestelijke spanning verminderen.
herstellen
Iets wat kapot of beschadigd is weer in goede staat brengen.
redden
actie ondernemen om iets of iemand uit een gevaarlijke situatie of uit de moeilijkheden te halen
doodgaan
ophouden met leven
overlijden
Ophouden met leven; sterven (meestal gebruikt voor mensen en vaak formeler of respectvoller dan 'doodgaan').
gezond
Vrij van ziektes en in goede lichamelijke en geestelijke conditie.
ziek
Lichamelijk of geestelijk niet in orde; niet gezond.
levend
In leven; met biologische functies; niet dood.
lichamelijk
Met betrekking tot het lichaam.
geestelijk
Met betrekking tot het verstand, het denken of de psyche.
Hoe het werkt
Leer deze lijst in 4 stappen met OpenWords
Elk woord uit deze lijst —en het volledige woordenboek— is ingebouwd in de app.
Download de app
Installeer OpenWords op iOS of Android, zonder account.
Open deze lijst
Vind de lijst in de app of zoek direct naar de specifieke woorden die je nodig hebt.
Voeg woorden toe
Sla de woorden die je wilt leren met één tik op in je persoonlijke lijst.
Oefen met slimme flashcards
Herhaal woorden op verschillende manieren via een spaced repetition-schema.
Volledig gratis · Geen account nodig · Werkt offline